English Nederlands Deutsch Intranet login

FIN-Q.NRW

Wetenschappers uit Bonn ontwikkelen voorspellingsmethoden voor de berenmesterij

Met veel emotie is er in de afgelopen jaren over de castratie van biggen gesproken. Na een zware strijd, kwam er aan het einde van 2010 een gemeenschappelijke Europese verklaring van alle partijen met de conclusie dat begin 2018 definitief met de castratie van biggen moet zijn gestopt. Tot dat tijdstip moeten nog veel open vragen beantwoord en toepasbare productiemethoden vastgesteld worden.

Mogelijke geurafwijkingen van het vlees zijn een van de belangrijkste problemen in de berenmesterij. De hoofdoorzakers zijn het geslachtshormoon androstenon en de in het spijsverteringsproces in het rectum door bacteriën ontwikkelde Skatol. Deze stof wordt door het lichaam opgenomen en opgeslagen in vetweefsel. Maar wat voor de één stinkt merkt een ander helemaal niet, of wordt het in kleine concentraties, b.v. parfum, zelfs aangenaam gevonden. Het gevoel bij geur is individueel zeer verschillend. Bovendien zijn er momenteel geen Europa-breed erkende referentieanalyse voor de meting van stoffen die voor de berengeur verantwoordelijk zijn. Ook hieraan werkt een groep in Bonn. Ook moet worden bevestigd dat de testmethode in het productieproces kan worden opgenomen en bovenal betrouwbaar functioneert. Een elektronische neus om met berengeur besmet vlees op te sporen zijn momenteel nog niet in de praktijk toepasbaar.

In het project Fin- Q.NRW, dat wordt gefinancierd door het land Noordrijn-Westfalen en de Europese Unie, proberen wetenschappers in Bonn risico-georiënteerde testmethoden te ontwikkelen, en deze in de praktijk te testen en te valideren. Zo wordt bijvoorbeeld het vleessap , dat zonder meer routinematig op Salmonella onderzocht wordt tevens op skatol geanalyseerd. Omdat skatol tegelijkertijd een indicator voor de darmgezondheid en dus ook voor de hygiënische situatie in de houderij van de dieren is het geschikt als risicokenmerk.voor de diergezondheid . Ook bleek de routinematig tests voor Haptoglobin een andere geschikte indicator voor de gezondheid van dieren te zijn. Dit eiwit is in verhoogde concentratie in het vleessap te vinden, als het dier ontstekingsziekten heeft doorstaan.

In samenwerking met een grote slachterij wordt in het kader van dit project bovendien onderzocht of beeldverwerking geschikt is voor bepaling van het geslacht ten behoeve van sortering in het slachtproces. Hoe preciezer de geslachtsbepaling , hoe gemakkelijke de verder selectie in de slachtlijn. En hoe lager het aantal geslachte dieren waarin een geurbesmetting mogelijk, hoe lager de kans dat met geur besmet vlees de consument bereikt. Selectie tijdens de fokkerij en houderijmethoden kunnen hier een verdere bijdrage aan leveren. Alle ruwe data en resultaten van wetenschappelijke experimenten en empirisch onderzoek worden gearchiveerd in een zich database, die momenteel wordt ontwikkeld in het FIN-Q-project. De database is via een interface met een simulatie programma verbonden.

Hiermee kunnen gebruikers, in de sorteer processen van de vleesketen op basis van de opgeslagen groei, gezondheid en kwaliteit parameters voorspellingen doen over de gezondheidstoestand als ook geur, smaak en versheid kenmerken. Vooral moet de communicatie van kwaliteit binnen- en tussen bedrijven worden verbeterd om uit de huidige overvloed van bestaande gegevens en kennis waardevolle conclusies te trekken.

« Back to list