English Nederlands Deutsch Intranet login

Antibiotica

Ooit een zegen, tegenwoordig een vloek?

Workshop over de risico's en minimaliseringsstrategieën voor de inzet van antibiotica in de veehouderij

Multiresistente kiemen zijn al vele jaren sterk in opmars. De redenen daarvoor zijn complex. Inmiddels is echter onbetwist, dat het gebruik van antibiotica bij nuttige dieren ertoe heeft geleid, dat naast de mensgeneeskunde ook levensmiddelen en beroepsmatige contacten met zieke of besmette dieren tot bronnen van potentiële overdracht van multiresistente ziekteverwekkers op de mens zijn geworden.

Rond 100 experts, waaronder tal van dierenartsen, boeren en wetenschappers, discussieerden op 21 juni in de universiteitsclub Bonn over de „inzet van antibiotica in de veehouderij“. Ter sprake kwamen de actuele risicobeoordeling in de dynamica van de resistentie op de meest uiteenlopende niveaus (stal, milieu, ziekenhuis enz.) alsook te nemen stappen in de richting van blijvende vermeidingsstrategieën. Organisatoren van de workshops waren het onderwijs- en onderzoekszwaartepunt „milieuvriendelijke en bij de locatie passende landbouw“ van de universiteit Bonn in samenwerking met het Ministerie voor klimaatbescherming, milieu, landbouw, natuur- en consumentenbescherming van de deelstaat Noordrijn-Westfalen (MKULNV) evenals de GIQS e.V. (grensoverschrijdende geïntegreerde kwaliteitswaarborging).

De wetgever dacht de onnodige en overmatige toediening van antibiotica in de veehouderij eigenlijk al in de jaren negentig door desbetreffende regelingen onder controle te hebben gekregen. Des te verbaasder was hij, aldus Peter Knitsch, afdelingsleider consumentenbescherming in het MKLUNV, over de omvang van het tegenwoordig nog gangbare gebruik van antibiotica geweest en citeerde als afschrikwekkend voorbeeld een in 2011 gepubliceerd onderzoek, waarin werd vastgesteld dat circa 90% van de vetgemeste kippen gedurende hun korte leven gemiddeld maar liefst 7,6 dagen antibiotica toegediend krijgen. Het gaat daarbij om wel acht verschillende antibiotica. Tevens is gebleken, dat in kleinere bedrijven met langere mestduur aanzienlijk minder antibiotica werden ingezet. Knitsch wees er in dat verband op, dat het ministerie, bekrachtigd door de conferentie van ministers van landbouw, een wetswijziging had voorgesteld. Daarin worden naast het uitwerken van een minimaliseringsconcept voor de inzet van antibiotica, evenzeer de juridisch bindende invoering van een publiek toegankelijke officiële database geëist alsook een juridisch bindende richtlijn voor de inzet van antibiotica en een van resultaatonafhankelijke controle van het dispensatierecht van dierenartsen.

Om de basis voor een dergelijk minimaliseringsconcept te creëren heeft, aldus Dr. Annemarie Käsbohrer van het bondsinstituut voor risicobeoordeling (BfR), het BfR studies in opdracht, om vast te kunnen stellen welke werkzame stoffen met welke indicatie gedurende welke periode bijzonder vaak werden ingezet, teneinde daaruit uiteindelijk conclusies te kunnen trekken over de ontwikkeling van bacteriële resistentie ten opzichte van de ingezette werkzame stoffen. Uit het oogpunt van de gezondheidsbescherming van consumenten zouden evengoed de voorwaarden voor het houden van nuttige dieren moeten worden verbeterd alsook het exploitatiemanagement en de bedrijfshygiëne. Verdere mogelijkheden zijn een grotere bescherming tegen infecties door middel van vaccinaties alsook maatregelen van de kant van de fokkers, om de weerstand van de dieren te vergroten.

Terwijl het BfR grenswaarden voor resistentie vanuit epidemiologisch oogpunt beschouwt, toont zich voor de mensgeneeskunde de antibioticaproblematiek al lang heel wat „eenvoudiger“. „We kijken alleen nog maar naar de vier belangrijkste antibiotica, wanneer we van multiresistente kiemen spreken“, legt Dr. med. Peter Walger van de universiteitskliniek Bonn in zijn lezing uit. Met zorg constateerde hij, dat in tegenstelling tot de MRSA-verwekkers, die door overeenkomstige consequente hygiënische maatregelen beheersbaar zijn, multiresistente gram-negatieve kiemen zoals EBSL sterk in opmars zijn, en dat men daarop nog geen adequaat farmacologisch antwoord heeft.

De mate van foutieve of overdosering van antibiotica is bij ieder nuttig dier weer anders, evenals de toegediende werkzame stoffen. Prof. Dr. Walther Honscha van de diergeneeskundige faculteit van de universiteit Leipzig legde de bevindingen van een haalbaarheidsstudie betreffende een antibioticadatabase uit, die in het kader van het door het BfR in opdracht gegeven project wordt ontwikkeld. Het gaat daarbij om een databankondersteund detectiesysteem voor het gebruik van antimicrobieel werkzame stoffen bij nuttige dieren. Het concept is realiseerbaar, aldus Honscha.

De workshop maakte helder, dat heel veel vragen met betrekking tot de nieuwe methodes van risico-inschatting en waardering van minimaliseringsstrategieën in de zin van een systeeminnovatie nog open zijn blijven staan, waaruit de dringende behoefte aan onderzoek blijkt en waarvoor in het kader van internationale gemeenschappelijke onderzoeks- en netwerkprojecten vanuit Bonn voortaan nog intensiever zal worden gestreden. Nood doet handelen, want de schakel tussen milieu, dier- en levensmiddelenproductie, bevolking en gezondheidssysteem ontwikkelt zich eveneens tot een nieuw probleemveld in de discussie over doelen van strategieën tegen de verdere verspreiding van antibioticaresistenties zoals de wereldwijde evolutie van bacteriële resistenties onafhankelijk van antibiotische selectie.

« Back to list