English Nederlands Deutsch Intranet login

IRIS-Workshop

Crises oefenen helpt om ze de baas te worden

De wereldwijde handel met dieren en levensmiddelen zal de komende jaren aanzienlijk toenemen en zal de wereld nog dichter bij elkaar brengen. Dat zal ertoe leiden, dat schadelijke stoffen, maar ook gevaarlijke ziekteverwekkers zich sneller over de aarde zullen kunnen verspreiden. De agrarische en voedingsmiddelenindustrie, maar ook de overheid ziet zich daardoor voor enorme uitdagingen gesteld. Er zullen technische en organisatorische oplossingen moeten worden ontwikkeld, gegevens en vooral ook kennis moeten worden uitgewisseld.

Zo'n 75 experts van overheden, bedrijfsleven en research kwamen op 26 en 27 maart in Berlijn bijeen, om op de IRIS-conferentie (instrumenten voor het risicomanagement van particuliere en overheidsorganisaties in de agrarische en voedingsmiddelensector) te discussiëren over actuele kwesties op het gebied van de bescherming van de gezondheid van consumenten en bevolking en het optimaliseringspotentieel te peilen.

De IRIS-conferentie 2012 werd georganiseerd in samenwerking met de universiteit van Bonn, het aan de universiteit van Bonn gevestigde research en ontwikkelingsplatform GIQS e.V., het Deutsche Raiffeisenverband, de Bundesanstalt für Landwirtschaft und Ernährung (BLE) en het Friedrich-Loeffler-Institut.

Een van de grote interdisciplinaire uitdagingen vormt beslist de inperking van antibioticaresistente ziekteverwekkers zoals MRSA en EBSL. De toenemende verspreiding daarvan wordt daarom door geneeskundigen met zorg waargenomen. Veel bacteriën zijn noch ziekmakend noch gevaarlijk, maar bijvoorbeeld deel van een gezonde darmflora. Enkel het feit, dat sommige daarvan resistenties hebben ontwikkeld, geeft aanleiding tot zorg. En deze tendens kan voor een groot deel worden teruggevoerd op de lichtvaardige omgang met antibiotica, daar was het deskundige publiek het wel over eens. Dat geldt evenzeer in de mensgeneeskunde alsook in de diergeneeskunde, in het bijzonder bij intensieve veehouderij.

Prof. Dr. Petra Gastmeier, directrice van het Institut für Hygiene aan de Charité in Berlijn, stelde met KISS een bewakingssysteem voor ziekenhuisinfecties aan het voorbeeld van MRSA voor. De strikte naleving van hygiënische maatregelen bewijst zich nog steeds als de beste bescherming tegen besmetting. Maar hoeveel hygiëne is de standaard? Het bleek, dat alleen al door de documentatie en communicatie van de MRSA-gevallen de wil en de omvang ten gunste van preventieve maatregelen in de ziekenhuizen toenemen. Als een zeer eenvoudige indicator voor de mate van hygiëne noemde zij bijvoorbeeld de hoeveelheid aan desinfecterende middelen die binnen de intensive care wordt gebruikt.

Voor prof. dr. Friedhelm Jaeger, hoofd van de afdeling voor dierenbescherming bij het ministerie voor klimaatbescherming, milieu, landbouw, natuur- en consumentenbescherming van de deelstaat Noordrijn-Westfalen, tellen voornamelijk vectorgebaseerde aandoeningen, dus aandoeningen, die een gastheer nodig hebben, tot de winnaars van de klimaatverandering. Muggen, teken en andere insecten, die als overdrager van ziektes fungeren, veroveren steeds weer nieuwe geografische gebieden. Maar ook toerisme, het transport van huisdieren en niet in de laatste plaats de wereldwijde handel van nuttige dieren, zorgen voor een verspreiding van ziektes. Hij wees in dat verband ook op het project SafeGuard, dat zich bezighoudt met talrijke aspecten van de bestrijding van epidemieën bij dieren en met zoönozen, dus ziektes, die van mensen op dieren en andersom over kunnen gaan. Zijn conclusie: „Wij hebben niet alleen een wereldwijd systeem voor vroegtijdige waarschuwing nodig, maar ook een wereldwijd systeem voor vroegtijdige opsporing." 

Ging men er vroeger altijd van uit, dat men meer gegevens nodig had, om betere prognoses te kunnen maken en eenvoudiger preventieve maatregelen te kunnen ontwikkelen, nu wees prof. dr. Thomas Selhorst van het Friedrich-Loeffler-Institut erop, dat het tegenwoordig in eerste instantie aankomt op een zinvolle structurering van de ter beschikking staande gegevens. „Wij beschikken deels over zoveel gegevens, dat we ze niet meer juist kunnen evalueren. Wij moeten ons daarom eerst een keer af gaan vragen, wat wij met de gegevens aanmoeten, die aanwezig zijn." Het komt uiteindelijk niet alleen op de uitwisseling van gegevens, maar vooral ook op de uitwisseling van kennis aan. En dan is er nog dit probleem: als men alleen al de handelsstructuren in Duitsland voor slechts één diersoort gedurende een wat langere periode zou willen evalueren, dan zouden de bestaande computer- en opslagcapaciteiten niet voldoende zijn. Zo winnen geschikte softwareoplossingen in toenemende mate aan betekenis.

Het derde thematische accent van de bijeenkomst ging over de vraag, of en hoe men crises zou kunnen oefenen en wat uiteindelijk doel en inhoud van crisesoefeningen zou moeten zijn. Daar kwam uit voort, dat het eigenlijk onrealistisch is een afzonderlijk gegevensuitwisselingsschema voor alle crisesscenario's te willen ontwikkelen. Het zou daarom belangrijk zijn, om exact te definiëren, wat er concreet moet worden geoefend, om daaruit dan de noodzakelijke consequenties af te kunnen leiden. „Dr. Verena Schütz legde in dit verband voor het Deutsche Raiffeisenverband uit, hoe communciatiestructuren in geval van crisis zouden moeten worden uitgebreid en welke informatie aan wie op welk moment zou moeten worden doorgegeven, om schade voor alle betrokkenen op een afstand te houden."

Om uitdagingen op de gebieden van voedselveiligheid, diergezondheid, consumentenbescherming en crisispreventie aan te kunnen, zijn de handelende partijen van de agrarische- en voedingsmiddelensector vandaag de dag meer dan ooit op efficiënte gegevens- en informatie-uitwisseling aangewezen. Het bedrijfsleven heeft lering getrokken uit de crises van de afgelopen jaren. Zo zijn er nieuwe structuren en databanken ontstaan, die voor beleidsmakers zowel uit het bedrijfsleven alsook van de overheden belangrijke informatie kunnen leveren met betrekking tot de staat van gezondheid van de dierbestanden en met betrekking tot behandelingsmaatregelen zoals bijvoorbeeld de databank voor diergezondheid, de HI-Tier en ook de influenzadatabank. Evenwel zijn er nog steeds onopgeloste vragen met betrekking tot de gegevensbescherming, de bescherming van bedrijfsgeheimen en de bestuursrechtelijke haalbaarheid. Daar zou vanaf nu intensief aan moeten worden gewerkt.

Het ontwikkelen van oefeningen op het gebied van public-private-partnership voor het geval van crisis zou ook een doel van het clusteroffensief Bonn.realis moeten zijn, zoals Prof. Dr. Brigitte Petersen van de universiteit Bonn nog aanvulde. Daarbij zou men zich er onder andere voor in moeten spannen om op korte termijn adequate technische en organisatorische innovaties te ontwikkelen en een (na-)scholingsmodel voor beleidsmakers alsook voor crisisstaven uit het bedrijfsleven en de overheden aan te bieden.

Een conclusie van de bijeenkomst: je kunt een situatie alleen maar beheersen, wanneer iedereen gebruik maakt van dezelfde instrumenten en wanneer de structuren van samenwerking tussen bedrijfsleven, wetenschap en overheden zich verder verstevigen. Alle betrokkenen waren het erover eens, dat alleen door een nauw op elkaar afgestemde aanpak bij zowel wetenschap, bedrijfsleven alsook overheden naar het principe van de public-private-partnership een succesverzekerende crisesafhandeling kan worden ontwikkeld.

Ook voor het komende jaar kondigde Dr. Martin Hamer van GIQS e.V. weer een IRIS-conferentie aan, die dan evenwel in 2013 in Bonn zal plaatsvinden. Binnenkort zal er een conferentiemap verschijnen, die via het Institut für Präventives Gesundheitsmanagement van de universiteit Bonn kan worden verkregen.

« Back to list